Onderwijs Voorweb

ONDERWIJS EN ONGELIJKHEID

  • Saturday 15/12 18:30-20:00
  • Locatie
    Theaterzaal Vooruit
  • Soort evenement
    Panelgesprek

Marianne Zwagerman (auteur en columnist), Caroline Gennez (Vlaams Parlementslid), Najib Chakouh (voormalig spijbelambtenaar Stad Antwerpen, nu diversiteitsadviseur bij Politie Mechelen) en Joris Janssens (voorzitter Vlaamse Scholieren Koepel). Ine Renson (journalist De Standaard) modereert.


“Stop met mensen laag opgeleid te noemen. Ze zijn praktisch opgeleid, dat is niet slechter dan theoretisch.” Het was auteur Marianne Zwagerman in die zich in een interview zichtbaar kwaad maakte, toen iemand uit het publiek een opmerking maakte over laag geschoold personeel. En nog meer dan het taalgebruik zelf, ging het haar om onze blik op en onze omgang met elkaar. Hoe we kinderen van jongs af aan de stempel ‘laaggeschoold’ of ‘hooggeschoold’ geven. En op die manier hun zelfvertrouwen meteen de grond in boren of hen opzadelen met een misplaatst superioriteitsgevoel. Terwijl er niets laag is aan een praktisch opgeleide loodgieter, die nogal wat dingen kan waarvan een theoretisch geschoolde advocaat alleen maar in een knoop raakt. Meer nog dan een pleidooi om te praten over praktijkgericht onderwijs en theoretisch onderwijs, was het een oproep om op een andere manier te kijken naar onze samenleving en naar al wie daarin zijn talent wil ontplooien of zijn plek wil vinden.

Elke mens, elk kind bloeit open wanneer iemand in hem of haar gelooft. Wanneer iemand zijn of haar talenten erkent: vlot uit het hoofd kunnen rekenen, logisch redeneren, sociaal vaardig zijn en andere kinderen helpen, bijna moeiteloos de grammatica van een andere taal begrijpen en woorden uit het hoofd leren, ritme aanvoelen en aanstekelijke melodieën creëren, hardlopen en turnen, gezegend zijn met een heel fijne motoriek, als een natuurlijke leider van een bende individuen een echte groep kunnen maken en die motiveren … Wordt het niet tijd om elk talent gelijkwaardig te erkennen? En dat als belangrijkste wapen inzetten om het het watervaleffect een halt toe te roepen? Kinderen hebben zelden voor alles een achterstand. Iedereen kan toch iets en niemand kan alles? Is zittenblijven dan niet een beetje onzinig? Is het niet waardevoller dan om (kleinere) leeftijdsgroepen samen te houden waarbij leerlingen elkaar kunnen ondersteunen?

Wanneer dertigers en veertigers (vaak met migratieachtergrond of een kansarme jeugd) vertellen over de compleet foute oriëntering toen ze jong waren, doet dat tenen krullen. Hoe ze als ‘moeilijk’, ‘lui’, ‘dom’ werden weggezet en een ticketje enkele reis BSO kregen. Is het anno 2018 zo veel beter? Uit onderzoek blijkt dat kinderen met een zwakke sociaal-economische thuissituatie vaker angstig of gestresseerd zijn, gepest worden en thuis geen stille ruimte vinden om te studeren. In het slechtste geval hebben ze honger of zijn ze slecht gevoed. Het spreekt voor zich dat deze factoren de zelfontplooiing van kinderen tegen gaan. Leerkrachten en brugfiguren hebben sterke voelsprieten nodig om deze signalen op te vangen. En tijd. Tijd om deze kinderen individueel op te volgen. Een veelgehoorde verzuchting bij leerkrachten is dat ze verdrinken in het papierwerk en daardoor alsmaar minder tijd in de kern van lesgeven steken: het beste uit elk kind naar boven halen. Hoe kunnen we onze leerkrachten, zorgteams en brugfiguren beter ondersteunen? Enkele scholen experimenteren met duo-coaching om de aandacht te verdelen in klassen en kinderen individueler te kunnen opvolgen, maar misschien moet dat eerder de norm dan de uitzondering worden? Want steeds meer Vlaamse jongeren verlaten de school zonder diploma (op vlak van onderwijs-gelijkheid scoren we een dikke buis in de Europese klas). Helpt die individuele coaching het grote aantal vroegtijdige schoolverlaters (1 op de 5 jongens, 1 op de 7 meisjes) een halt toe te roepen? Hoe kunnen we van ons onderwijs de krachtigste motor tegen ongelijkheid maken?


© beeld: Fatinha Ramos