Nationalisme

Nationalisme, handig laagje vernis over socio-economische onrust?

  • donderdag 14/12 18:30-20:00
  • Locatie
    Theaterzaal Vooruit
  • Soort evenement
    Panelgesprek


Met Laila Ben Allal (journalist CNN), Herman Van Goethem (rector Universiteit Antwerpen), Rozita Dimova (professor Slavistiek en Oost-Europakunde UGent) en Anya Topolski (assistent professor in de Politieke Filosofie Universiteit Nijmegen en columnist bij MO*). Simon Demeulemeester (redacteur Knack) modereert.


Wanneer een bevolkingsgroep zich onderdrukt of genegeerd voelt in haar eigen land, spelen nationalistische gevoelens sterker op. Op zich logische sociologische evoluties. Maar wanneer nationalisme ontspoort in geweld, is dat hele identiteitsplaatje en waardenverhaal minder onschuldig. 

“De grootste dreiging voor West-Europa komt niet van het terrorisme, maar van onszelf”, zegt Christophe Busch, directeur van de Dossinkazerne. “Wat doen we de democratie zélf aan? Het is niet een aanslag die ons samenlevingsmodel zal ontwrichten, wel de impact ervan.” 

We veroordelen luidop de ontspoorde misdaden van WOII. We kloppen ons daarbij al te graag op de borst dat we zelf moediger zouden zijn, en we schrijven de uitwassen graag toe aan gekken, ontspoorde weirdo’s … Op eenzelfde manier praten we soms over de IS-soldaten. Maar zowat alle onderzoeken naar massageweld en genocide komen tot dezelfde conclusies: heel vaak zijn daders heel gewone mensen. Als we de moed hebben om ons eigen verleden in de ogen te kijken, dan hebben we misschien ook de moed om ons heden rationeler te bekijken. Zo kunnen we ons afvragen waarom jonge moslims zich zo uitgesloten voelen dat ze gaan vechten voor een kalifaat duizenden kilometers ver. Is het diezelfde ontvreemding ervoor zorgde dat Oostfronters en republikeinen in 1936 naar Baskenland trokken om te vechten?

Ontspoort nationalisme sowieso tot geweld, of moet een populistische leider eerst het voortouw nemen? Zijn het altijd mensen onderaan de sociale ladder die voor deze leiders stemmen? Kunnen we een parallel trekken tussen de maatschappelijke breuklijnen vandaag en die in het interbellum, toen de globalisten en de nationalisten ook tegenover elkaar stonden? Zijn de jaren ’30 terug? Is een nationalistische stem vandaag de dag altijd een proteststem? Zijn het altijd mensen aan de onderkant van de sociale ladder, mensen die zich genegeerd voelen, die voor uitgesproken nationalistische leiders stemmen? Zijn nationalisten a priori geslotener, met een conservatieve visie op wat de wat een groep samenhoudt en wat hun identiteit bepaalt?

Kunnen we niet heel wat parallellen trekken tussen ontspoorde nationalistische conflicten, zoals dat in de Balkan?  En hoe kunnen we het conflict in de Rif vandaag begrijpen? Zijn de protesten van de Rif-bevolking tegen de Marrokkaanse overheid niet ook vooral een uiting van de sociale onrust?